ATMP-ontwikkeling: soepeler samenwerken
ATMP-ontwikkeling: soepeler samenwerken
De ontwikkeling en toepassing van ATMP’s wordt in Nederland nog belemmerd door verschillende knelpunten in de ontwikkelingsketen. Vanuit de FAST-hub ATMP-NL werken verschillende ‘actiegroepen’ aan het in kaart brengen van en oplossingsrichtingen voor deze knelpunten. In deze interviewreeks komen de actiegroepen van ATMP-NL aan het woord over hun activiteiten. Dit eerste interview is met de beide voorzitters van de actiegroep ‘samenwerkingen en partnerships’. Hun doel: de wisselwerking binnen de gehele ontwikkelketen versterken.

‘We zien dat er heel veel gebeurt binnen het ATMP-veld, zowel in de academie als in de farma- en biotech sector. We kunnen heel veel in Nederland. Maar we slagen er nog niet voldoende in om ook producten bij de patiënt te krijgen’, zegt Laurence Maes, Lead Biotech Strategie bij Johnson & Johnson.
‘Ja, en is het cruciaal om dat landelijk beter op orde te krijgen’, zegt Jessie van Buggenum, die bij Brightlands Maastricht Health Campus werkt als Thematisch Cluster Manager van het Biotech Booster programma van het Nationaal Groeifonds. ‘Door op landelijk niveau beter samen te werken, kunnen we de sterke kennis en expertise die in Nederland aanwezig zijn beter met elkaar verbinden en ervoor zorgen dat veelbelovende ATMP-ontwikkelingen uiteindelijk hun weg naar de patiënt vinden.’
Actiegroepen rond cruciale thema’s ATMP-ontwikkeling
De diverse uitdagingen rond de (klinische) ontwikkeling, financiering, markt toelating, productie en distributie van ATMP’s stonden centraal in een aantal stakeholdersbijeenkomsten van ATMP-NL. Daar werd besloten om in zes actiegroepen aan de slag te gaan om specifieke knelpunten te verkennen en op te lossen. De leden van die actiegroepen zijn afkomstig uit bedrijfsleven, academie, patiëntenorganisaties en regulatoire instanties. Zij dragen bij op persoonlijke titel. In de komende maanden zullen alle actiegroepen in deze interviewreeks aan het woord komen.
Actiegroep
‘Toen we besloten om in actiegroepen aan de slag te gaan, wilden Jessie en ik graag samen aan de slag rond het thema publiek-private samenwerking. Voor mij was dat al een belangrijk thema in mijn werk, en voor haar bij Biotech Booster ook’, zegt Maes. ‘Het sluit ook wel mooi aan bij het thema publiek-private samenwerking dat wij samen deze kar trekken, elk vanuit onze eigen achtergrond’, vult Van Buggenum aan. ‘En het thema spreekt me aan, al vind ik de andere thema’s ook erg relevant en is er natuurlijk ook overlap.’
Volgens Van Buggenum en Maes heeft FAST vooral bijgedragen door het netwerk bijeen te brengen en door het veld te overtuigen van een gezamenlijke aanpak voor de urgente ATMP-uitdagingen. ‘We organiseren medio oktober een actiegroep-bijeenkomst, vertelt Van Buggenum. ‘In het algemeen denk ik dat FAST en ATMP-NL een aanjaag- en verbindende functie hebben.
‘Schuren’

De ontwikkeling van ATMP’s zoals celtherapie, gentherapie en verschillende combinaties daarvan begint vaak in academische onderzoeksgroepen. Het gaat om zeer kennisintensieve producten, die vaak gebruikmaken van lichaamsmateriaal van de patiënt zelf. De ontwikkeling die nodig is om een ATMP naar de kliniek te brengen, vraagt vervolgens om specifieke expertise, bijvoorbeeld bij het opschalen van de productie en de distributie. ‘Als je het vergelijkt met gewone geneesmiddelen of biologicals, is ATMP-ontwikkeling veel complexer, over het hele traject’, zegt Van Buggenum.
Het thema van de actiegroep, de samenwerking in het ATMP-ontwikkeltraject, vormt een specifieke uitdaging in deze keten. ‘Hoewel er natuurlijk voorbeelden zijn van succesvolle samenwerking, zien we vaak dat het onnodig schuurt. We hebben de kennis en kunde van alle stakeholders nodig om ATMP’s sneller bij patiënten te brengen, maar dan moeten we ook durven kijken naar hoe we die kennis en kunde het beste inzetten. ’, zegt Maes. ‘Onze actiegroep is er om de kansen en de knelpunten duidelijker in kaart te brengen en te zorgen dat we makkelijker samen op kunnen trekken. Want we zijn het met zijn allen toch aan onze stand verplicht om veelbelovende behandelingen daadwerkelijk bij de patiënt te krijgen.’
Dat een gezamenlijke aanpak van uitdagingen succes kan hebben, bleek in 2025, toen in een amendement op de wetgeving rond lichaamsmateriaal een verbod was opgenomen om winst te maken op eigen lichaamsmateriaal. ‘De intentie van de Kamerleden die het indienden was goed’, zegt Maes. ‘We willen in Nederland bijvoorbeeld niet dat er winst gemaakt wordt met gedoneerd bloed. Maar dit verbod zou ook de behandeling met ATMP’s onmogelijk maken, die vaak ook gebaseerd zijn op eigen materiaal van de patiënt. Patiëntenorganisaties, academische groepen en bedrijven hebben toen gezamenlijk duidelijk gemaakt dat dit een onwenselijke ontwikkeling was en het amendement is aangepast.’
Op de vraag, wat er precies moet verbeteren in de samenwerking in het ontwikkeltraject, reageert Van Buggenum: ‘Dat is wat we met onze workshop in oktober scherp willen krijgen. Natuurlijk hebben we daar zelf al ideeën over en zien we een aantal concrete aandachtspunten. Tegelijkertijd willen we tijdens de bijeenkomst in oktober juist breed ophalen hoe verschillende betrokkenen hiernaar kijken. Zodra we met elkaar een goede inventarisatie hebben gemaakt van waar de grootste kansen voor verbetering liggen, komen we daar graag op terug.’